welkom op de Vlaamse NLD - VSLD website...

 

  NLD en de overstap naar secundair onderwijs

 

klik hier voor het forum

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


 

NLD in het secundair onderwijs

   De overstap naar het secundair

 

De overstap van het lager naar het secundair onderwijs is voor elk kind een belangrijke overstap.Bij kinderen met NLD is het maken van zo een grote overstap omwille van hun leerstoornis meestal niet evident.

 Aanpassingsproblemen

Kinderen met NLD hebben moeite om zich aan te passen aan nieuwe situaties. Ze zijn vaak de routine van het lager onderwijs gewoon. Nu moeten ze vaak naar een andere school met andere kinderen, in een andere omgeving, met andere leerkrachten, andere uren,… .

Dit geeft vaak veel stress.  Ze krijgen zoveel nieuwe prikkels op zich af die ze niet kunnen ordenen en structureren.

De angst en onzekerheid die hiermee gepaard gaat, kan zich op verschillende manieren uiten.

Een kind kan extreem stil zijn, huilbuien krijgen of woede-aanvallen. Er kan een actieve weerstand zijn en het kind kan soms weigeren naar school te gaan.

Tips

Het is belangrijk dat kinderen met  NLD voldoende voorbereid worden op deze overstap.

Ga met het kind kijken in de school, zelfs meerdere malen.  Zo kan het kind vertrouwd worden met de omgeving en de gebouwen van de school. Zorg dat het kind toch met enkele kinderen in de klas kan zitten die het kent van vroeger. Als dit niet kan, stimuleer het kind contact te leggen met nieuwe kinderen. Nodig een klasgenoot uit. Kinderen met NLD hebben belangrijke steunfiguren nodig. Vaak is dit voor hen een leerkracht. Toch moet een kind met NLD ook relaties met leeftijdsgenoten kunnen opbouwen. Als de kinderen zich veilig voelen met vertrouwenspersonen om zich heen verloopt de aanpassing beter. Deze figuur kan immers het kind uitleg geven in nieuwe situaties of hen er op voorbereiden.

Het kind kan beroep doen op de steunfiguur op momenten dat het moeilijk loopt.

In sommige scholen is er een soort buddy-systeem waarbij leerlingen met problemen een persoonlijke begeleider krijgen. Dit kan voor leerlingen met NLD zeer efficiënt zijn.

Vakoverschrijdende problemen

De structuur en werkwijze van het secundair onderwijs verschilt sterk van het lager onderwijs. Leerlingen met NLD kunnen met een aantal van deze aspecten veel moeilijkheden hebben.

 Oriëntatie in tijd en ruimte

Leerlingen met NLD hebben veel moeite om zich te oriënteren in tijd en ruimte omwille van hun zwakke ruimtelijk-visueel inzicht.

Een middelbare school is vaak veel groter en complexer dan de lagere school. Er zijn meerdere gangen, meerdere verdiepingen, vaklokalen,…. . Leerlingen met NLD kunnen veel moeite blijven hebben met het vinden van de weg.

 Ze hebben ook vaak moeite met tijdsbeleving. In de lagere school bleef meestal dezelfde leerkracht in de klas ook al begon er een nieuw lesuur.  Nu krijgen ze elk lesuur een andere leerkracht. Ze moeten daarenboven ook nog vaak van lokaal veranderen en daar liefst ook op tijd komen. De middagpauze duurt soms niet elke dag even lang, ze kunnen soms een lange dag hebben,..

Dit is vaak zeer moeilijk en stresserend voor de kinderen met NLD. Voor buitenstaanders is dit soms onbegrijpelijk.

 Tips

Door met de leerling op voorhand een aantal keren de school te gaan bezoeken, kan geoefend worden op het vinden van belangrijke plaatsen (klas, vaklokaal, secretariaat, WC,..).

Toon en oefen dit een paar keer en laat het kind het dan zelf doen. Probeer samen met het kind te zoeken naar vaste herkenningspunten (vb een trap in een bepaalde kleur,…).

 Zorg dat de jongere een uurwerk draagt dat het kan lezen.

Leer het kind werken met een lessenrooster. Jongeren met NLD kunnen hun lessenrooster van buiten en de bijhorende uren soms van buiten leren zodat ze dit steeds in hun hoofd hebben. Overloop de verschillende lokaties waar het kind les heeft.

 De schoolagenda

Het invullen van de agenda is voor veel leerlingen met NLD een ramp.

In de lagere school wordt de schoolagenda meestal éénmaal per dag ingevuld. Er is meestal een duidelijke onderverdeling tussen werken en lessen.

 Nu moet de schoolagenda elk lesuur worden ingevuld. Bovendien moet niet enkel het huiswerk en de lessen worden opgeschreven, maar ook de geziene leerstof.

Er bestaan verschillende modellen van schoolagenda's.

 Sommige schoolagenda's voorzien veel plaats voor "geziene leerstof", maar te weinig voor "lessen en werken".

Leerlingen met NLD hebben vaak problemen met de bladspiegel. Ze schrijven vaak op de verkeerde plaats, op de verkeerde datum of bij het verkeerde vak. Door de motorische problemen schrijven ze bovendien vaak onleesbaar. 's Avonds kunnen ze vaak zelf niet meer lezen wat ze geschreven hebben.  Met als gevolg dat ze niet weten wat ze moeten doen. 

 Bovendien is de manier waarop de agenda ingeschreven wordt bij verschillende leerkrachten verschillend.

De ene leerkracht schrijft de agenda in het begin van de les in, de andere op het einde van de les. In sommige agenda's wordt de leerstof al de dag voor de eigenlijke les ingevuld. Kortom vaak is het al verwarrend voor iemand zonder leerstoornis! Voor leerlingen met NLD is het dat dus zeker.

 Toch is het correct en leesbaar invullen van de schoolagenda essentieel.

De agenda vormt immers de basis voor planning en organisatie. Als de schoolagenda niet leesbaar is, kan ook niet verwacht worden dat de leerling zelfstandig aan zijn werken en lessen kan beginnen.

 In een schoolagenda is meestal ook ruimte om het lessenrooster te noteren. Dit moet dan weer gebruikt worden om onder andere de boekentas te maken. De agenda is dus een onmisbaar instrument in ons onderwijs.

 Tips

 Bekijk goed het model van agenda. Bespreek duidelijk met de leerling wat waar moet worden geschreven. Herhaal dit regelmatig. Breng desnoods extra structuur of memo's aan (vb. bladwijzer waar opstaat wta het kind niet mag vergeten vb.”vak bijschrijven”, zodat het kind weet dat het niet enkel blz. mag opschrijven, maar ook voor welk vak het is.).

 Spreek met de klastitularis af hoe de agenda nagekeken wordt (éénmaal per week, dagelijks,…). Er kan met de leerling afgesproken worden om na elke les de agenda te laten paraferen door de leerkracht. Die kan er dan mee op toezien dat de agenda goed is ingevuld.

 Voor leerlingen die echt heel onleesbaar schrijven kan een laptop een oplossing zijn.

 In sommige scholen worden medeleerlingen mee ingeschakeld om volgens een beurtrol de agenda in te vullen. Dit kan ook een goede hulp zijn.

Je kan ook met modelling werken door de leerling met NLD een goed ingevulde agenda te laten overschrijven. Dit kan dan met de leerling besproken worden.

 Kijk in ieder geval welke problemen de leerling heeft bij het invullen en gebruiken van de agenda en zoek naar goede oplossingen.

 Moeilijkheden in organisatie van verschillende vakken 

Eens het kind in het secundair onderwijs zit, krijgt het meer vakken van meerdere leerkrachten. Er worden voor het kind nieuwe handboeken gebruikt. Per vak wordt er afgesproken wat de leerlingen nodig hebben, waar ze moeten schrijven (in een schrift, op losse bladen, in een werkboek,..). Sommige boeken of mappen mogen altijd op school blijven en andere soms.  Dit kan voor leerlingen met NLD zeer verwarrend zijn.  Sommige leerlingen weten niet wat voor leermateriaal ze voor de verschillende vakken hebben. Ze kunnen hier vaak geen orde in aanbrengen en verliezen het overzicht.

 Tips

Verwacht niet dat de leerling met NLD uit zichzelf de juiste plaats vindt waar hij moet schrijven, waar de map en het boek moeten liggen,….

 Expliciteer ook hier de verwachtingen en check of de leerling het begrepen heeft. Zorg voor een eenduidig systeem. Dit wil zeggen probeer zoveel mogelijk consequent te zijn. Anders is het voor deze leerlingen vaak een complete chaos, met tot gevolg dat de leerlingen niet in orde zijn, taken op de verkeerde plaats maken,… .

 Volgen van regels

Leerlingen met NLD hebben vaak moeite om regels anders dan die van hen te volgen.

In de lagere school is er meestal één leerkracht of een beperkt aantal leerkrachten die haar eisen en verwachtingen naar de leerlingen toe heeft.

Nu zijn er tien leerkrachten met elk hun eigen eisen en verwachtingen. Bovendien moet de leerling elk lesuur weten wat de sprecifieke leerkracht verwacht. Dit vraagt dus een enorme flexibiliteit. Dit is net een probleem bij NLD. Kinderen of jongeren met NLD kunnen zich niet zo snel aanpassen aan nieuwe eisen en verwachtingen.

Vbn.

. De ene leerkracht vraagt om een toets enkel in het groen te verbeteren, bij een andere moet er geen verbetering gemaakt worden.

. Bij de ene vakleerkracht heb je een vaste plaats en bij de andere mag je kiezen naast wie je zit.

.  ….

 Dit is iets wat gedurende heel het secundair onderwijs belangrijk blijft, maar wat vooral in het begin een hele opgave is.

 Tips

Expliciteer verwachtingen en afspraken. Schrijf ze liefst ook uit op papier zodat er naar kan worden teruggekeken. Laat de afspraken indien nodig ondertekenen door de leerling, ouders en leerkracht.

 Wees duidelijk maar volledig. Impliciete informatie wordt immers vaak niet of verkeerd begrepen.

 Check bij de leerling of hij/zij duidelijk weet wat er verwacht wordt. Laat dit verwoorden. Herhaal dit regelmatig indien nodig.

Sociale problemen

Sommige kinderen gaan naar een volledig nieuwe omgeving. Als het kind in een klas komt waar het niemand kent, is het vaak moeilijk om goede sociale contacten op te bouwen.

 Tips

Vraag een leerlingenlijst en overloop met het kind wie het eens zou kunnen uitnodigen. Kinderen met NLD leggen deze contacten vaak niet spontaan. Ze willen het meestal wel, maar missen hiervoor soms de nodige sociale vaardigheden. Voor sommige kinderen helpt het volgen van een cursus “sociale vaardigheden” of een assertiviteitstraining.

Vraag de leerkracht mee toe te zien en te stimuleren dat het kind goede contacten met klasgenoten kan hebben.

Wees alert voor pesten.

 

Vakinhoudelijke problemen

Een aantal vakken in het eerste middelbaar zijn nieuw en kunnen specifiek problemen geven.

 

Wiskunde

De wiskunde die de leerlingen in het secundair onderwijs krijgen is van een ander abstractieniveau dan de meeste dingen in de lagere school. Hier werd veel aandacht besteed aan rekentechnische vaardigheden. Eens kinderen met NLD deze technieken onder de knie hebben gaat dit meestal vlot en geautomatiseerd.

 In het begin van het secundair onderwijs begint men meestal onmiddellijk met begrippen “associativiteit, commutativiteit, …”.  Veel leerlingen met NLD hebben het hier zeer moeilijk mee.

De regels die moeten worden toegepast, worden complexer en vragen een grote flexibiliteit in het denken.

 Ook de meetkunde die in het secundair onderwijs gegeven wordt, is complex. Omwille van de visueel-ruimtelijke problemen kan dit van in het begin van het secundair onderwijs problemen geven.

 Tips

Zorg ervoor dat er een goed overzicht is van de theorie. Op die manier kan de theorie in zijn samenhang worden gestudeerd en kan de theorie vlot weer worden opgezocht.

Verbaliseer de werkwijzes en regels zoveel mogelijk. Bespreek de fouten.

Overleg met de leerkracht zodat deze op de hoogte is en problemen mee kan voorzien (vb. bij meetkunde)

 

Technologische opvoeding

Hier zijn er soms onderdelen die puur geheugenwerk zijn. Hier hebben leerlingen met NLD doorgaans geen problemen mee.

 De informatietechnologie met poorten is aanvankelijk moeilijk. Eens ze er mee weg zijn, is dit echter een logica die steeds een voorspelbare uitkomst geeft

(waarheidstabellen!).  Leerlingen met NLD kunnen deze waarheidstabellen goed leren. Als er echter vraagstukken gemaakt worden, kunnen er opnieuw problemen komen.  Het oplossen van een vraagstuk vereist dat je overtollige informatie kan weglaten, dat je flexibel kan denken en soms tussen de regels door moet kunnen lezen. Dit is voor leerlingen met NLD moeilijk.

 Er is meestal ook een onderdeel waarbij de leerlingen  bij allerlei figuren moeten kunnen aantonen en overtekenen wat vooraanzicht, zijaanzicht en bovenaanzicht is.  Soms komt basiskennis van technisch tekenen aan bod. Dit is ruimtelijk inzicht en dit is voor leerlingen met NLD zeer moeilijk.

Tips

Kijk ook hier naar de onderdelen die moeilijk zijn en bespreek deze met de leerkracht. Er kan dan naar oplossingen worden gezocht.

Er bestaan ook computerprogramma’s waarbij bepaalde onderdelen kunnen worden ingeoefend.

 

Deze tekst is auteursrechterlijk beschermd. Contacteer hiervoor katrien@nld.be

 

 

37902 hits sinds 25/02/2004 8:58:33copyright: Bart Van Sichem, ITsoft